donderdag, juli 31, 2008

Sky & Telescope


Wat lekker is? Een tijdschrift kopen dat je helemaal niet nodig hebt.

Vanavond nog laat boodschappen. Bij Carla neem ik uitgebreid de tijd om de schriftenwand te scannen. De opiniebladen gaan nergens over. De andere ook niet. En dan valt mijn oog op een exemplaar van het Amerikaanse astronomische tijdschrift Sky & Telescope. Ik ben verkocht.

Toen ik een jaar of veertien was regelde mijn vader behalve een heuse telescoop ook een abonnement op S&T. Elke maand viel er een glossy op de mat dat helemaal uit Amerika kwam, speciaal voor mij. Een geleerd schrijfsel waar ik veel te jong voor was. Ik wist dat ook. Toch las ik het. Ik las over dingen die ik half begreep en ik las Engels. Slim van mijn vader.

'Gleanings for ATM's' heette één van de rubrieken die ik steevast oversloeg. Ik begreep de titel niet, en in het zelf maken van telescopen ('Astronomical Telescope Makers' denk ik nu) was ik niet geïnteresseerd. Geen gleanings, dank u wel.

Morgen is er een zonsverduistering. In Mongolië vooral. Leuke streek, aardige mensen, mooie vreemde muziek, Yakboter en veel te ver fietsen.

dinsdag, juli 29, 2008

Radovan


Vooraan in het rijtje van wachtende voertuigen staat een politiebusje. Eén agent zit achterin, op de bestuurdersplaats zit een andere een puzzelboekje vol te kladden. We zijn zojuist om het hek dat ons naar rechts wil dwingen heen gefietst en bevinden ons dus misschien op verboden terrein. Ik vraag aan de puzzelende agent of het nog een beetje te doen is, dat wachten. Hij glimlacht en dankt voor de warme belangstelling.

André raakt in gesprek met een cameraman van de NOS, die uit Harkema bljkt te komen. Iedereen is familie. Reuter is er, en Associated Press, en de nodige free-lancers. Bij de NOS weten ze ook niet wat er wanneer gaat gebeuren. Misschien komt hij 's nachts, net als Milosevitsch, in een helikopter zonder verlichting. Dan zie je dus helemaal niets.

Op het asfalt liggen peperdure camera's en apple notebooks slordig verspreid. Een fotograaf schrijft een stukje bij een prachtige foto van een orthodoxe jood die voor de marmerstenen ingang langsloopt.

Dan gebeurt er iets. De poort gaat open. Er komt een brandweerauto naar buiten. De sluiters klikken. In een paar seconden worden honderden foto's genomen. Er staat niets op.

vrijdag, juli 25, 2008

Spit

Ik had er al een paar weken last van. En dan, als je denkt dat het weg is, Pang!!! Bukken, iets pakken, omhoog komen. Benggg!!!

Ik loop dus maar weer, dat is het enige dat herstel kan bespoedigen. Je moet een beetje door de pijn heenlopen en omdat dat best te doen is geeft de wat schrijnende en af en toe bij een foute beweging vlammende pijn me een stoer gevoel. Kijk hem lopen, de held.

Bij Ed en Gerda zat ik vanochtend even op een rechte tuinstoel. De beweging en goed zitten hielpen aardig. Ik wandelde als een kievit de Laan van Poot uit.

Eenmaal in de stad was het effect uitgewerkt. Gelukkig was er vermaak bij Verwijs: drie dames van onduidelijke leeftijd in volledige besluiering, net geen nikab, keken bewonderend naar een groot boek van Dikkie Dik en vroegen zich in accentloos Nederlands af wat dat nou zou moeten kosten.

Inburgering, halverwege. Nu nog een leuk mouwloos dingetje boven een vlotte broek.

woensdag, juli 23, 2008

Petraeus


De foto is genomen door het leger en vrijgegeven door het leger. Rechts de bevelvoerend generaal in Iraq, Petraeus, links de kandidaat, met zonnebril. Waarom geeft het leger deze foto vrij? Omdat ze weten wie er gaat winnen. Omdat deze foto heel goed is voor Petraeus. Omdat Obama allang president is. Alleen nog even stemmen, maar dat is een formaliteit. Lekker arrogant!

dinsdag, juli 22, 2008

Planchetje


Het woord schijnt meerdere betekenissen te hebben, maar voor mij is een planchetje het glazen plankje boven de wastafel op de slaapkamer van mijn ouders. Ik heb het twee keer stuk gegooid, als jongetje van een jaar of tien, omdat ik straf kreeg en daar heel boos over was. Ik gooide dan zonder enige controle een willekeurig voorwerp van enig gewicht in een volstrekt wilekeurige richting. Twee keer gebeurd, twee keer planchetje aan diggelen. Twee uit twee. Gezien de willekeur vind ik het knap werk, achteraf, qua een beetje mikken.

Vroeger werd ik boos uit frustratie, en dat heel weinig. De laatste jaren ben ik zelden boos geweest. Op mijn werk is boos heel onhandig. Wie er last van heeft gaat er onderdoor. Je moet niet boos zijn, je moet doen alsof je boos bent. Dat kan ik wel. Beide.

Gister was ik ontzettend boos. Het soort jaren opgekropd boos dat er uit wil, maar dat dan niet handig is. En op iets onbenulligs gaat het dan opeens los.

Ik heb mij laten vertellen, door een bevriend therapeut zal ik maar zeggen, dat iedereen dat heeft; grote boosheidsfantasieën. En dat de uitvoering altijd onhandig is. Qua een stukje decorumverlies.

Ach, je leert nog elke dag bij. Als je geluk hebt. Met schaamte maar zonder spijt.

maandag, juli 21, 2008

Spoorbanen


De trein tussen Den Haag en Gouda rijdt niet. We moeten via Schiphol reizen. Op de luchthaven dwalen we een kwartiertje door de tijdschriftenzaak en stappen dan in de intercity richting Groningen. Drie even kleurige als zwarte jongens sleuren hun grote koffers door het gangpad en strijken neer. De meneer van de intercom roept om in welke trein we ons bevinden. De drie jongens beginnen opgewonden te kwetteren en rennen zo snel het gaat met hun bepakking de coupe weer uit. Even later horen we ze op het balkon overleggen. Ze zaten toch in de goede trein. Eén van de jongens zegt, net hard genoeg: 'Ik ga niet weer daar naar binnen hoor, dan denken ze allemaal: "wat een domme negers."'

zondag, juli 20, 2008

Mr. Senator ... eh, Mr. President



Sinds John F. Kennedy is er geen senator meer geweest die er in slaagde de presidentsverkiezingen te winnen. Natuurlijk waren er presidenten die ooit senator zijn geweest, maar de overstap van de senaat naar het Witte Huis is zeer zeldzaam. En zie, dit jaar (of eigenlijk volgend jaar, in januari) gaat het voor het eerst in achtenveertig jaar gebeuren.

Wat deden al die presidenten dan voordat ze hun ambt aanvaardden? Als we de moderne geschiedenis laten beginnen aan het begin van de vorige eeuw, krijgen we de volgende lijst van presidenten met hun voorlaatste baantje:

1901 Theodore Roosevelt - Vice President
1905 Theodore Roosevelt - President
1909 William H. Taft - Secretary of War
1913 Woodrow Wilson - Governor
1917 Woodrow Wilson - President
1921 Warren G. Harding - Senator
1923 Calvin Coolidge - Vice President
1925 Calvin Coolidge - President
1929 Herbert Hoover - Secretary of Commerce
1933 Franklin D. Roosevelt - Governor
1937 Franklin D. Roosevelt - President
1941 Franklin D. Roosevelt - President
1945 Franklin D. Roosevelt - President
1945 Harry S. Truman - Vice President
1949 Harry S. Truman - President
1953 Dwight D. Eisenhower - President of Columbia University
1957 Dwight D. Eisenhower - President
1961 John F. Kennedy - Senator
1963 Lyndon B. Johnson - Vice President
1965 Lyndon B. Johnson - President
1969 Richard M. Nixon - Lawyer
1973 Richard M. Nixon - President
1974 Gerald R. Ford - Vice President
1977 James E. Carter - (former) Governor
1981 Ronald W. Reagan - (former) Governor
1985 Ronald W. Reagan - President
1989 George H.W. Bush - Vice President
1993 William J. Clinton - Governor
1997 William J. Clinton - President
2001 George W. Bush - Governor
2005 George W. Bush - President

Ik heb Carter en Reagan opgevoerd als voormalige gouverneurs, omdat ze sinds hun afscheid van dat baantje alleen bezig waren met president worden. Nixon is een lastiger geval, want hem mag je ook oud-vice-president noemen. Er zit acht jaar tussen zijn presidentschap en zijn vice-presidentschap, dus laten we dat baantje tussendoor als advocaat maar serieus nemen.

Wat zien we? Wat we al wisten: de beste manier om president te worden is president te zijn. Hier is de samenvatting:

President - 13
Vice President - 6
Governor - 6
Cabinet member - 2
Senator - 2
Rest - 2

In januari gaan we dus iets bijzonders meemaken. Maar over vier jaar is het weer gewoon de president die president wordt.

zaterdag, juli 19, 2008

G-gedichten


Toen de cyclus ‘G’ uit Rutger Kopland’s Al die mooie beloften (1978) in het Frans werd vertaald als ‘D’, mopperde de dichter dat er op die manier interpretaties worden uitgesloten. Het omgekeerde is natuurlijk waar; wie G niet vertaalt als D maakt een religieuze interpretatie moeilijker, en voor de rest blijft alles hetzelfde. Voor mij hebben de G-gedichten, zoals ze vaak worden genoemd, een sterk religieuze lading. Het is misschien de vage vorm van religieus gevoel die overblijft voor wie zonder enige rancune geprobeerd heeft een protestante opvoeding achter zich te laten. In God kunnen we niet meer geloven, maar we kunnen ook niet echt zonder.

Van de vele ontroerend simpele prachtzinnen die Kopland schreef staan de mooiste hier op een hoopje bij elkaar. In het vijfde gedicht uit de korte cyclus gaat het, zoals eigenlijk constant, over de afwezigheid van de door Kopland als ‘G’ aangeschreven hoofdpersoon. Over de afwezigheid, en over de noodzaak:

Maar wie zal mijn liefste grijs en
ziek laten worden, er voor zorgen dat de hond
jankt, het kind huilt, en de dood komt? Wie
zal de appelboom laten verkommeren, de stoel
voorgoed laten staan in de regen? Iemand toch
zal toe moeten zien dat alles voorbij gaat.


Tja .....

vrijdag, juli 18, 2008

Gehaktballen


Jammer dat ongezond zo lekker kan zijn. Willemijn heeft van de overdosis gehakt die ik gisteren met mijn pinpas bij elkaar gejaagd heb ballen gemaakt. Ze liggen af te koelen in een schaaltje, badend in het vet. In de goudgele drab schemeren stukjes gehakt, losgeweekt van de bal.

Vroeger mocht ik van mijn moeder boterhammen eten met mayonaise. Volgens mij was het toen al de onvolprezen tube 'zaanse mayonaise', nog steeds te koop bij appie. Hoe lang nog? De blauwe light-versie is niet alleen gesignaleerd, maar inmiddels in de meerderheid. Light mayo, pleurt toch een heel eind op!

Ik pak een lepel, steek hem in de drab rond de ballen, zie hoe behalve het vet ook wat vleeskorrels toestromen, en neem een hap. Het is lekker, erg lekker, maar niet zonder bezwaar. Je proeft inmiddels hoe ongezond het is.

Vroeger had je dat niet. Bedankt hoor, eetgoeroes.

woensdag, juli 16, 2008

Dordrecht in glas en lood

video


De grote kerk in Dordrecht doet Engels aan, met zijn strak tegenover elkaar geplaatste koorbanken. Een meneer op leeftijd, die ook niets beters te doen heeft, geeft ons ongevraagd informatie over het rijke houtsnijwerk. Ik vraag hem naar het fascinerende nieuwe glas-in-lood-raam (sic?) dat onze aandacht trok. De meneer vindt het modernistische gedoe helemaal niks, al zegt hij dat niet hardop. Het was een soort prijsvraag. Het moest mooi zijn. Mislukt. Nou ja, het storend heldere zondagochtendlicht wordt nu tenminste weer een beetje gedempt.

Het raam is schitterend en komt me op één of andere manier bekend voor. De onderkant van de voorstelling, die over drie smalle en hoge kerkramen is verdeeld, is donker en toont allerlei voorwerpen die met het water te maken hebben. Iets hoger volgt een soort binnendijks weiland. Nog hoger zien we de rivier, met semi-moderne boten en daarboven prijkt de lichte lucht.Het verloop van donker naar licht is prachtig, de afbeeldingen, van foto's overgenomen, zijn ook prachtig en gaan mooi samen. En in het weiland staat een figuur, op de rug gezien. Hij kijkt in de verte.

Dat komt me bekend voor, zonder dat ik bewust weet wie het is.

We lopen er nog een keer naar toe.

Maar natuurlijk. Het raam is van Teun Hocks.

dinsdag, juli 15, 2008

In the valley of Elah


Twaalf jaar geleden alweer schreef Susan Sontag, filmliefhebster pur sang, de volgende woorden in The New York Times:

Ordinary films, films made purely for entertainment (that is, commercial) purposes, are astonishingly witless; the vast majority fail resoundingly to appeal to their cynically targeted audiences. While the point of a great film is now, more than ever, to be a one-of-a-kind achievement, the commercial cinema has settled for a policy of bloated, derivative film-making, a brazen combinatory or recombinatory art, in the hope of reproducing past successes.

Sontag, die in december 2004 overleed, was een serieuze, zelfs cerebrale critica, van academische snit. En ze had altijd wat te melden. In haar NYT artikel van 1996 beklaagde ze zich vooral over de teloorgang van de cinefilie. Wie houdt er in deze tijd van snelle media nog echt van film, van het ambacht, van wat doordacht is? En wat is er nog doordacht?

Welnu, zelfs als we afzien van wat er voor prachtigs gebeurt op filmgebied in Iran en Taiwan en Azerbeidjan en gadermaaranstan, zelfs dan, zelfs dan is de cinema van vandaag nog springlevend. En doordacht, zeer doordacht.

Neem Alfonso Cuarón, die besluit om een lange take in zijn verbluffende Children of men echt een take te laten zijn, zonder digitale trucendozerij. Omdat het echt moet lijken. Wat we zien, een film lang, is een verbluffende vorm van realisme.

Neem wat er het afgelopen jaar uit de VS is gekomen. Vier films van een formaat dat je normaliter slechts vier keer per decennium tegenkomt:

There will be blood van Paul Thomas Anderson
No country for old men van de gebroeders Coen
The Assassination of Jesse James by the Coward Robert Ford van Andrew Dominik

en vanavond zagen we nummer vier. Naar verluidt de minste:

In the Valley of Elah van Paul Haggis

Niks de minste! De film van Haggis, die eerder het voortreffelijke Crash maakte, is verbluffend van terughoudendheid, Veel is te danken aan de schitterend ingehouden hoofdrol van Tommy Lee Jones, één van de beste acteurs die ooit in het Hollywoodse hebben rondgelopen. Maar er is meer dan dat. De montage laat veel weg, zodat we als publiek volstrekt serieus genomen worden. Als er expliciete emotie is voltrekt die zich heel kort, bijna terloops, of in een gang in de verte. Een zoon gaat dood. We blijven dichtbij en toch op afstand. Zoals het hoort.

Er is in de pers gemopperd over In the Valley of Elah. Ten onrechte.

Ik citeer Ebert maar. Die zegt het heel aardig:

None of these characters are heightened. None of them behave in any way as if they're in a thriller. Other directors might have pumped them up, made them colorful or distinctive in some distracting way. Theron could (easily) be sexy. Patric could (easily) be a bureaucratic paper-pusher. Sarandon could (easily) be a hysterical worrier, or an alcoholic or push it any way you want to. You know how movies make supporting actors more colorful than they need to be and how happily a lot of actors go along with that process.

Not here.


Hier niet. Inderdaad. Wat een dijk van een film.

Shift


In de lunchroom staat een oude Duitse typemachine. Het ding is zwart, zoals het hoort, en straalt mechanische deugdelijkheid uit. Dit apparaat gaat niet kapot en als het kapot gaat heb je aan een schroevendraaier genoeg. We zwijmelen een beetje over zoveel fraaie techniek en dat je dat tegenwoordig nergens meer hebt omdat alles op stroom loopt. Ik kan het niet laten om op de toets te drukken die links van de lettertoetsen zit. Ik was vergeten waar die voor dient, maar mijn handen weten het nog.

Het ding heeft aan weerszijden van het toetsenbord met de letters een shift-toets waar het woord Umschalter op staat. Als je er op drukt gaat de wagen met de rol waar het papier om heen hoort in zijn geheel omhoog. En dan krijg je een hoofdletter in plaats van een kleine letter. Bovenkast - onderkast.

De laatste twee zijn metaforen uit de wereld van de letterzetters. Maar ook de term shift-toets is een metafoor, overgedragen van de wereld van de mechanische typmachine naar de wereld van de computer. Het gebruik van het woord shift-toets voor dit apparaat is helemaal geen anachronisme, zoals ik aanvankelijk dacht. Het is andersom; er verschuift helemaal niets in een computer wanneer je op de shift-toets drukt. Deze Umschalter, dat is de echte shift-toets.

zondag, juli 13, 2008

Commentator's curse


Het Schots Open op de prachtige golfbaan bij Loch Lomond wordt door de BBC gewoontegetroouw ruimhartig van commentaar voorzien. Ze zijn zich zeer bewust van hun invloed op het spel. Als er iemand op de tee van de 14de staat en één van de commentatoren opmerkt dat het daar heel makkelijk mis kan gaan, volgt onmiddellijk de correctie: "Pas op voor de commentators curse!"

De Zuid-Afrikaanse golfer James Kingston staat op de green van de 17de hole. Hij heeft een put van ongeveer twintig meter over. Daar heb je normaliter twee of drie slagen voor nodig. Kingston geeft de bal een hengst. De commentator merkt op:

We've seen putts like that holed before

De bal is ondertussen aardig onderweg en nog in de goede richting ook, maar er is nog ruim tijd voor een praatje:

Now what would he give to see that ball disappear in the hole ...

De bal nadert de hole maar remt af. Hij haalt het niet, de put is te kort. De bal aarzelt, rolt toch nog wat door, rolt, rolt, lijkt vlak voor de hole tot stilstand te komen maar maakt uiteindelijk ook de laatste omwenteling.

Het is twee seconden helemaal stil.

Now
What
About
That!


Commentator's blessing.

Film en taal


In Ingmar Bergman's De Avondmaalsgasten gebeurt na een kwartier iets heel merkwaardigs: binnen één en hetzelfde shot, dus terwijl de eenheid van ruimte en tijd behouden blijft, wordt de tijd versneld. Een paar simpele technieken volstaan voor deze onmogelijke versnelling: terwijl de koster spreekt zien we in medium close-up hoe de dominee zijn ogen sluit. De koster zwijgt. Terwijl we een klok horen tikken volgt een korte zoom beweging naar een close-up van de schijnbaar slapende dominee. De hand van de koster verschijnt in beeld, wordt op de schouder van de dominee gelegd, en de koster zegt: je hebt bezoek. De dominee opent zijn ogen. Het duurde seconden, maar er zijn minuten voorbij gegaan.

Een zoombeweging en een geluid zorgen voor het versneld verstrijken van tijd terwijl dat eigenlijk niet kan. Bergman heeft het uitgevonden. Of Sven Nykvist, zijn vaste cameraman, dat kan ook. Hoe dan ook, wat interessant is dat film gebruikt kan worden als taal, als betekenis gevend systeem, zonder dat de regels van die taal beschreven kunnen worden. je verzint wat, als spreker, en alle toehoorders begrijpen onmiddellijk wat je bedoelt.

Film is de fotografie van beweging. Aan de andere kant, schreef Bazin, is film een taal. Ja, maar een taal waarin je tegen geen enkele grammatica kunt zondigen.

(op de foto rechts de regisseur en links zijn hoofdrolspeler Gunnar Björnstrand)

zaterdag, juli 12, 2008

Extra extra


Er zit een jongeman op de stoep aan de overkant, naast de fietsenwinkel. Hij sleutelt aan een motorfiets. Diverse onderdelen, sommige geel en groot, andere klein en zilverachtig, liggen rond hem op de grond. Ik kijk er naar en denk niets. Ik ga lekker landerig boodschappen doen, op mijn allereerste vakantiedag. Ik hoef niets en denk niets.

Als ik een half uurtje later terug kom zit hij er nog steeds. Hij leent natuurlijk gereedschap van de winkel, dat zal het zijn. Straks schroeft hij het ding weer in elkaar. Ik herinner me het verhaal van professor De Pater, die vertelde hoe ze in het klooster klokken uit elkaar haalden, repareerden en weer in elkaar schroefden. Soms, als één van de monniken even weg liep, de klok nog in gedemonteerde staat op zijn werktafel, legden de anderen er gauw een paar extra schroefjes bij.

vrijdag, juli 11, 2008

Nauwgezet en Wanhopig


De VPRO-serie Van de schoonheid en de troost is integraal op dvd verschenen. En hoe interessant de gesprekken met kunstenaars, filosofen en natuurwetenschappers over, inderdaad, schoonheid en troost ook waren, ik erger me er aan.

Wat nou schoonheid, wat nou troost. Wat nou dvd. Kom dan met het echte werk!

Want er is geen vergelijken aan. In den beginne was er Nauwgezet en Wanhopig en Nauwgezet en Wanhopig was bij de kijker en de kijker zag dat het goed was.

In Nauwgezet en wanhopig volgen we uren lang de monoloog van vier mannen die op weergaloze wijze het leven beschrijven. Volgen? Volgden. Nergens meer te zien. Ja, op YouTube, maar hoe leuk dat ook is, je gaat er niet een paar uur naar zitten kijken.

Kom op met die dvd.

woensdag, juli 09, 2008

Spatlap


Ik heb ze geteld, op weg van de Fred (voor de niet Hagenezen: dat is een straat) naar huis: drie spatlappen. Op driehonderd fietsen. Meer! Nog geen procent van de fietsen heeft tegenwoordig nog een spatlap!

Waar is de spatlap gebleven? Je kunt ze nog kopen, voor een euro of twee, drie. Maar de meeste nieuwe fietsen hebben een flauw stukje plastic onder aan dat ijzeren ding dat rond het voorwiel buigt. Hoe heet zo'n ding? Oh ja, een spatbord. Sputterbred in het Gronings.

Kan je het woord spatlap ook in het buitenlands vertalen? Ja, in het Chinees natuurlijk. Daar is het een 皮瓣, dat weet iedereen.

Maar in het Engels?

Mud flap. Dat komt, Engelsen fietsen niet door de regen, maar rijden wel met landrovers door de modder. En dan heet het dus een mud flap.

En natuurlijk is het in het Duits het mooist. We hoeven het alleen maar even te verzinnen:

Anhebwasserschützschirm.

dinsdag, juli 08, 2008

Atonement


Ik heb een film gezien en ik kan eigenlijk niet ophouden met zachtjes huilen van ontroering. Met echte tranen.

Ik huil niet om het prachtige sentimentele diep droevige verhaal. Dat zou ook kunnen, maar ik doe het niet.

Waarom dan wel?

Edgar Allan Poe schreef in Music, het kortste essay ooit gepubliceerd:

When music affects us to tears, seemingly causeless, we weep not ... from 'excess of pleasure'; but through excess of an impatient, petulant sorrow that, as mere mortals, we are as yet in no condition to banquet upon those supernal ecstasies of which the music affords us merely a suggestive and indefinite glimpse.

Platoonser kan het bijna niet. We huilen als het mooi is, omdat we dan bijna iets zien. Iets dat waar is.

Atonement is vanaf het allereerste begin een mooie film in de platoonse betekenis. In het verbluffende zes minuten durende travelling shot op het strand van Duinkerken in 1940 wordt de film zo waar dat het huilen begint.

maandag, juli 07, 2008

Centrum


Er is sprake van een ruk naar rechts. Wie goed heeft opgelet weet dat Obama alle posities die hij deze week innam om als centrist over te komen al veel eerder had verwoord. Ze krijgen alleen wat meer nadruk, en dat is goed. Het toont aan dat Obama niet bang is om de linkse vleugel van zijn partij voor het hoofd te stoten. Niks McGovern. En al helemaal geen Dukakis. Want we gaan winnen in november, en winnen is het enige dat telt:

According to recent polls, Sen. Barack Obama is doing extremely well in states that have voted Republican in recent presidential elections.

Montana: Bush won by 11 points in 2004, Obama leading McCain by 5 points
Colorado: Bush +4, Obama +5
Virginia: Bush +8, Obama +2
New Mexico: Bush +1, Obama +3
Florida: Bush +5, Obama +2
Indiana: Bush +20, Obama +1
Georgia: Bush +16, McCain +1
Mississippi: Bush +20, McCain +4
Alaska: Bush +26, McCain +4
North Carolina: Bush +13, McCain +4

zondag, juli 06, 2008

Leve de koning!


Ik bel Martijn. Ik wil een voorspelling. Nadal heeft de eerste set gewonnen. Wat denkt de tennisleraar er van?

De tennisleraar staat op de markt van Dordrecht boeken te verkopen. Tijdens de wedstrijd van het jaar. Het is een schande.

Ik houd Martijn per sms op de hoogte van de stand. De sms'jes zijn mooi van lelijkheid:

3 4
4 4
4 5


etc.

Dan gaat het regenen. Federer, die met twee-nul in sets achter staat en geen schijn van kans meer lijkt te hebben, krijgt adempauze. En als het droog is wint hij de volgende twee sets. Deze finale is zeldzaam spannend en zeldzaam fraai. Hier wordt de rivaliteit Borg-McEnroe nog eens dunnetjes overgedaan, maar dan met beter tennis. Hier hebben we het over twintig jaar nog over.

Martijn is inmiddels gearriveerd op een onduidelijke bijeenkomst waar allemaal tennisliefhebbers balen dat ze niet voor de buis zitten. Ik roep tegen hem dat ze in de kroeg moeten gaan zitten, maar dat kan niet om één of andere vage reden. Ik blijf sms-jes sturen.

Opnieuw regen. Bij een stand van 2-2 in de vijfde set wordt het zeil weer over het centrecourt getrokken.

Martijn belt opnieuw. Hoeveel het nu is, 2-2 of 3-3? Ik weet het niet meer. Het staat in mijn telefoon, in het laatste bericht dat ik verstuurd heb. Opgewonden zoek ik mijn telefoon. Zonet lag hij nog op de bank. Ik schuif boeken, kranten en afstandsbedieningen van de bank. Geen telefoon te zien. Hoe kan dat nou, net had ik hem nog. Waar is in hemelsnaam mijn mobiel?

Opeens weet ik het: aan mijn oor, ik ben aan het bellen.

Amerongen


Het is nog een uur licht als we uit Wageningen wegrijden. Op de kaart van Nederland die de firma Eurorent bij zo'n verhuistransit meelevert heb ik in de gauwigheid gezien dat je ook langs de Rijn naar Utrecht kunt, over een niet te smalle weg.

Het eerste dat we tegenkomen is de Grebbeberg. Daar had ik niet op gerekend; ten oosten van Wageningen ligt ook een berg, de Wageningse, en die had ik een rol in de oorlog toebedeeld. Ten onrechte. Dit is de echte heuse ware Grebbeberg. De weg krult vanaf rivierniveau naar rechts omhoog, dan vrij snel naar links het bos in. Het is een buitenlands aandoende locatie, iets uit een boek van Hemingway. Dat hier geschoten is, dat klopt wel.

Kilometers verder volgt het plaatsje Amerongen. De weg schampt de oude kern, die er veelbelovend uitziet. Op een rotonde gaan we het centrum in, en dan terug in de richting waar we net vandaan komen. Een rondje nostalgisch dorp in een bestelbus. Amerongen is een zeldzaam plaatje. Mooie huizen, ongetwijfeld sjiek de friemel en allemaal cultureel verantwoord. Bergen aan de Rijn, zoiets. Wandelen langs de rivier rond zonsondergang. In de ochtend het bos in, als het nog nevelig is.

We willen er wel wonen. Bel maar even voor het gironummer.

vrijdag, juli 04, 2008

Scherptediepte


Dit beeld uit de film The best years of our lives van Wiliam Wyler is één van de beroemdste uit de filmgeschiedenis. Voor de Franse criticus André Bazin wordt in een beeld als dit de ware aard van het medium film blootgelegd: door in volledige scherptediepte een rijk gevuld tafereel te tonen waarin meerdere dingen tegelijk gebeuren, ontslaat het beeld de film van de taak om betekenis dwingend op te leggen. Film op zijn best beeldt volgens Bazin een werkelijkheid af, een fictieve, waarin de toeschouwer zelf maar een weg moet zoeken. De aandacht kan liggen bij de piano spelende mannen rechts voor in het beeld, maar we horen ook het telefoongesprek in de achtergrond. Dat zowel de voor- als de achtergrond scherp in beeld zijn, daar ligt de vernieuwende bijdrage van cameraman Gregg Toland. De film brengt ons weer iets dichter bij de mythe van de perfecte kopie. Let wel: de mythe.

Maar de meerduidigheid van de waarneming is in dit voorbeeld slechts zeer ten dele gerealiseerd. Immers, wat het verhaal in deze film voortstuwt is het telefoongesprek en dat krijgt door zowel de geluidsvoering als door de storende werking in de perspectivische opbouw van het beeld wel degelijk nadruk, hoe nietig het ook in de achtergrond plaats lijkt te vinden.

Afgelopen week zag ik een moderner voorbeeld waarin hetzelfde effect bereikt wordt zonder scherptediepte. Ik moest direct denken aan Toland en Wyler. In de onvolprezen Roemeense film 4 luni, 3 saptamâni si 2 zile zit een meisje in de auto bij de onbekende en dus griezelige man die haar kamergenoot zal gaan assisteren bij een illegale abortus. De man moet nog iets afhandelen en neemt haar mee naar een buitenwijk van de stad. Hij parkeert, verlaat de auto en loopt in beeld naar achteren weg, totdat hij onscherp wordt. Daar maakt hij ruzie met een onebekende, waarschijnlijk oudere, vrouw. We volgen de onscherpe ruzie, maar we volgen evenzeer de reactie van het meisje in de auto. We zien hoe ze nauwelijks durft te denken dat de man niet deugt, dat ze weg moet gaan, haar vriendin moet melden dat het niet gelukt is om contact te leggen. We zien hoe ze volhoudt, omdat ze de man nodig hebben.

En ondertussen zien we ook de ruzie op de onscherpe achtergrond. We zien scherp en we zien onscherp. Wat komt zal gruwelijk zijn. We wisten dat al.

donderdag, juli 03, 2008

Zeven weken


Vannacht droomde ik van witte vellen papier. Dat lijkt een koortsdroom, zo'n nachtelijk avontuur vol abstractie dat per seconde eeuwig duurt, maar dat was het niet. Het was vreedzaam en stil.

Het is de vakantie die nadert. Al het werk is nagekeken. Ons resten nog de buitengewoon belangwekkende eindvergaderingen. Je hoeft er niets voor te doen, als je tenminste geen coördinator bent, en dat ben ik al een tijdje niet meer.

Ons resten nog de traditionele schranspartijen aan het strand, eerst met de onvolprezen wiskundesectie, daarna met allen. Dag dag, prettige vakantie! Ja, jij ook.

Gisteren had ik de ultieme sombermansgedachte. Ik zei tegen Willemijn: "Weet je wel dat het over anderhalve week al vakantie is, en dat zodra de vakantie begint de vakantie korter wordt! Ik baal daar nu al van."

En vandaag sprak vriend Beute: "Nee, ik heb geen last van het midden van de vakantie, totdat jij me opbelt om te vertellen dat we al op de helft zijn. Je wordt alvast bedankt!"

dinsdag, juli 01, 2008

CSI Rijswijk


Dat het een verbluffend mooi gebouw is, daar komen we helemaal niet aan toe. Er is teveel fraais in het Forensisch Instituut. Als ouverture is er een antropoloog achter een tafel vol botten. Hij stelt de vraag welke botten (allemaal echt) menselijk zijn. De kindjes weten er wel raad mee. Ze mogen hun keuze aanwijzen op het plastic skelet dat terzijde staat te grijnzen.

Wat is dat?
Een knieschijf.
Correct. Jongen of meisje?
Weet ik niet.
Ik ook niet.

In de schietkelder willen de jongens weten welk wapen het beste is. Op tafel liggen een revolver met lange loop, een pistool dat lijkt op een Walther PPK, en een Kalashnikov. De meneer zegt dat alle wapens slecht zijn. Dat antwoord wordt genegeerd:

Ja, maar welk wapen is het best?

Terechte vraag. Gelukkig wordt er speciaal voor ons met scherp geschoten. We moeten onze vingers in de oren doen, maar de knal valt eigenlijk best mee. De kogel blijkt in de meterslange dot watten moeilijk terug te vinden.

Het leukst is de patholoog anatoom. Hij heeft vanmiddag geen lijk, en neemt de tijd. Hij heeft zich speciaal voor ons in vol ornaat gestoken: Groen plastic, mondkap onder de kin, handschoenen aan, raar mutsje op de kop. De patholoog vertoont dia's. Soms zijn ze heftig, maar het zijn allemaal close-up's, dus dat het lijk een mens is zie je eigenlijk niet.

De kinderen leren om de plaatjes niet te interpreteren: je ziet geen messteek, je ziet een diepe wond met scherpe randen. Ze zijn er snel verbluffend goed in: Wat zie je? Rode vlekken. Goed zo.

Tot slot mogen we de sectiekamer zien. Een lege ruimte, klinisch, kaal, met uitgestalde instrumenten.

Of het niet eng is.

Nee, het is niet eng. Het is materie. Ik wist al dat ik patholoog anatoom wilde worden toen ik acht was.

En hebt u ook wel eens beroemde mensen?

Ja.

Hebt u Theo van Gogh ook ....... Rebecca wil het woord 'opengesneden' gebruiken, maar slikt het in.

Ja

Dus u hebt de ingewanden van Theo van Gogh aangeraakt?

Ja.

Okee.

Ik zeg tegen Rebecca dat ze hem een hand mag geven, maar daar heeft ze om één of andere reden helemaal geen behoefte aan.

Marechaussee


Mijn mentorklas mag naar het Nederlands Forensisch Instituut. De allereerste excursie van een schoolklas ooit, en ze hebben op het NFI geen plannen om het vaker te doen. Uniek. Vraag niet hoe het kan, profiteer ervan.

Omdat het zo uniek is hebben ze bij het NFI iets heel leuks bedacht: om kwart voor één krijgen we het bericht dat de bus voor staat. Maar de bus is geen bus, het is de koninklijke bolide van de firma Beuk. Zo'n bus met drie zetels per rij, in plaats van vier stoelen. En om het af te maken: we worden begeleid door drie motoragenten van de marechaussee.

We scheuren over het Hubertusviaduct, door Benoordenhout rijden we op de linkerbaan langs de file, op de Van Alkemadelaan staan mensen te zwaaien. Alle stoplichten staan op rood als we er langs zoeven. Op het grote kruispunt aan het eind van de Utrechtsebaan krijgen onze motoren hulp van een motormuis van de politie. Het verkeer op de baan die de stad in leidt staat stil voor een blauwe bus vol snotneuzen.

We razen over de snelweg, nemen de afslag Rijswijk en kunnen meteen doorzoeven, want ook hier wordt het verkeer door de mannen tegen gehouden. In het jargon, zo leerden we vanmiddag, heet dat: een kruispunt afblazen. Als we de bestemming naderen gaan de sirenes aan. Mensen kijken reikhalzend om: blauwe zwaailichten, een blauwe bus, vol blauw bloed?

Inderdaad. Vol prinsen en prinsessen.